ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3924
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling standstillbepaling en toelating zelfstandige Turkse vreemdeling
Eiser, een Turkse onderdaan, vroeg om een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige, welke door verweerder werd afgewezen. De rechtbank onderzocht of de afwijzing in strijd was met de standstillbepaling van artikel 41 van Pro het Aanvullend protocol bij de Associatie-overeenkomst tussen de EU en Turkije, die nieuwe beperkingen op de vestiging van Turkse onderdanen verbiedt.
De kernvraag was of de huidige toetsingscriteria, waaronder het criterium dat de onderneming een wezenlijk Nederlands belang moet dienen, strenger zijn dan die golden op 1 januari 1973. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie blijkt dat de nationale rechter dit per geval moet beoordelen. De rechtbank concludeerde dat het criterium sinds 1973 consistent is toegepast en dat de onderneming van eiser niet voldeed aan de vereiste positieve bijdrage aan de Nederlandse economie.
Daarnaast werd het mvv-vereiste besproken; de rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een mvv niet als zelfstandige weigeringsgrond mag gelden, maar dat het in dit geval niet leidde tot onrechtmatigheid omdat andere gronden voor afwijzing aanwezig waren. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.