ECLI:NL:RBSGR:2010:BN5001
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt wijzigingsbevoegdheid retributiebeleid opstalrechten ondanks bezwaren op grond van redelijkheid en billijkheid
In deze civiele procedure zijn drie zaken gevoegd waarin diverse groepen opstalhouders het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) betwisten dat het retributiebeleid voor opstalrechten gewijzigd mag worden. De opstalhouders beroepen zich op oude algemene voorwaarden (AV70 en AV2000) en stellen dat het nieuwe beleid in strijd is met deze voorwaarden, de redelijkheid en billijkheid, en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank analyseert de contractuele bepalingen, waaronder de AV70, AV2000 en de nieuwere AV2007, en concludeert dat HHR contractueel bevoegd is het retributiebeleid te wijzigen. De rechtbank oordeelt dat het nieuwe beleid, inclusief de derde retributiemethodiek gebaseerd op WOZ-waarde en grondquote, zorgvuldig is voorbereid en gemotiveerd, en niet in strijd is met redelijkheid, billijkheid of bestuursrechtelijke beginselen.
Wel wordt geoordeeld dat de vijfjaarlijkse herziening van de retributie op basis van de WOZ-waarde onrechtmatig is wegens het ontbreken van motivering en het risico dat de overgangsperiode illusoir wordt. Verder worden diverse bedingen in de AV2007 als onredelijk bezwarend aangemerkt en niet toepasbaar verklaard, zoals bepalingen over opzegging en bindende taxatie. De vorderingen tot verlenging of heruitgifte van opstalrechten onder oude voorwaarden worden afgewezen, evenals claims van misbruik van bevoegdheid of economische machtspositie. Proceskosten worden grotendeels aan de opstalhouders opgelegd.
Uitkomst: HHR mag het nieuwe retributiebeleid toepassen behalve de vijfjaarlijkse herziening op basis van WOZ-waarde; diverse bepalingen AV2007 zijn nietig; vorderingen tot verlenging onder oude voorwaarden worden afgewezen.