ECLI:NL:RBSGR:2010:BN8696
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken werkelijk gezinsleven
Eiseres, een Somalische vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland op grond van gezinshereniging met haar echtgenoot, de referent, die een verblijfsvergunning asiel heeft. Verweerder weigerde de aanvraag omdat eiseres feitelijk deel uitmaakt van het gezin van haar vader en niet van dat van de referent. De rechtbank oordeelt dat het vereiste van feitelijk gezinsleven in overeenstemming met artikel 8 EVRM Pro moet worden uitgelegd.
Hoewel uit het arrest Abdulaziz, Cabales en Balkandali volgt dat een wettig huwelijk ook zonder samenwonen onder artikel 8 kan Pro vallen, is in deze zaak doorslaggevend dat eiseres na het huwelijk bij haar vader bleef wonen en volledig door hem werd onderhouden. Er was geen concreet vooruitzicht op samenwonen, mede door culturele en financiële omstandigheden.
De rechtbank stelt vast dat er geen werkelijk huwelijks- of gezinsleven is zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de gezinsherenigingsrichtlijn en dat artikel 7 van Pro het Handvest niet verder gaat dan artikel 8 EVRM Pro. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van werkelijk gezinsleven.