ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0862
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.W.P.M. Corbey-Smits
- A.W.P. Letschert
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier Dassen
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatige intrekking verblijfsvergunning en inbewaringstelling
Eiser kreeg op 19 december 2006 een besluit waarbij zijn verblijfsvergunning met terugwerkende kracht werd ingetrokken, zijn verlengingsaanvraag werd afgewezen en hij ongewenst werd verklaard. Dit besluit was gebaseerd op foutieve informatie over de pleegdatum van strafbare feiten. De rechtbank oordeelde dat dit besluit onrechtmatig was en dat verweerder verantwoordelijk is voor de foutieve informatie, ook al kwam deze van een andere overheidsinstantie.
Eiser vorderde schadevergoeding voor materiële schade in de vorm van inkomensderving en immateriële schade vanwege zijn inbewaringstelling. De rechtbank verwierp de materiële schade omdat het relativiteitsvereiste niet was vervuld; de beschermde norm van de verblijfsvergunning strekt niet tot bescherming tegen inkomensderving door niet kunnen werken.
De immateriële schade werd wel toegewezen omdat de vrijheidsontneming direct verband hield met het onrechtmatige besluit. Ondanks eerdere rechtmatigheidsoordelen over de inbewaringstelling, oordeelde de rechtbank dat bijzondere omstandigheden het gezag van gewijsde doorbreken. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €6.545 over 91 dagen in vreemdelingenbewaring, gebaseerd op richtlijnen voor vergoeding bij inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis.
Daarnaast werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegewezen. Het beroep werd verder ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank kent een immateriële schadevergoeding toe wegens onrechtmatige inbewaringstelling, wijst materiële inkomensschade af.