ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1896
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke opheffing vreemdelingenbewaring wegens evident onrechtmatig besluit verblijfsvergunning
Eiser is op 3 september 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld. De aanvraag van eiser tot verlening van een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige werd op 21 september 2010 afgewezen. Eiser betoogde dat dit besluit in strijd is met artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van 21 september 2010 evident onrechtmatig is, omdat de afwijzing gebaseerd is op het niet verstrekken van informatie voor een puntensysteem dat volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in drie uitspraken van 29 september 2010 in strijd is met genoemd artikel. Voortzetting van de bewaring is daarom niet in redelijkheid gerechtvaardigd, temeer daar de beslissing op bezwaar nog geruime tijd op zich kan laten wachten.
De rechtbank beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent eiser een schadevergoeding toe van €1.280 voor de periode vanaf 6 oktober 2010. Tevens worden de proceskosten van €874 voor rechtsbijstand aan eiser toegekend, te betalen door de Staat via de griffier van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt onmiddellijk opgeheven.