ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4473
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Greeuw
- J.F. Miedema
- K. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser diende in 2001 een asielaanvraag in die in 2003 werd afgewezen. Na intrekking en nieuw besluit in 2007, waarbij eiser tevens ongewenst werd verklaard, stelde eiser beroep en bezwaar in. De rechtbank behandelde het geschil in 2010.
Verweerder stelde dat eiser persoonlijk verantwoordelijk was voor oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid gepleegd door de Afghaanse veiligheidsdienst Khad/Wad, op grond van zijn rol als commandant en samenwerking met medewerkers van deze dienst. Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij niet betrokken was bij mensenrechtenschendingen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd welke specifieke misdrijven aan eiser konden worden toegerekend en dat de aannames over samenwerking en facilitering onvoldoende concreet waren. Daarom werd het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk verklaard vanwege de lopende ongewenstverklaring, maar het beroep tegen de ongewenstverklaring gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.
Uitkomst: Beroep tegen verblijfsweigering niet-ontvankelijk; beroep tegen ongewenstverklaring gegrond en besluit vernietigd.