ECLI:NL:RBSGR:2010:BP0108
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- I. Obbink-Reijngoud
- S.K.A. Efstratiades
- Rechtspraak.nl
Gebruik van verlengde navorderingstermijn voor Zwitserse bankrekening geoorloofd
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde beroepen van eiser tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over de jaren 1996, 1997, 2002 en 2003. De kern van het geschil betrof de vraag of de navorderingsaanslagen tijdig waren opgelegd en of de inspecteur gebruik mocht maken van de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar zoals bedoeld in artikel 16, vierde lid, van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (Awr).
Feiten wezen uit dat eiser en zijn echtgenote rekeninghouders waren van een Zwitserse bankrekening die niet waren aangegeven. Na een periode van vrijwillige verbetering en correspondentie over vaststellingsovereenkomsten legde de inspecteur navorderingsaanslagen op. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de aanslagen niet tijdig waren opgelegd en dat de inspecteur niet voortvarend was geweest bij het opleggen van de aanslagen.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat uitstel van aangifte was verleend tot 1 maart 1998, waardoor de navorderingstermijn verlengd werd en de aanslagen tijdig waren opgelegd. Tevens werd geoordeeld dat de inspecteur met redelijke voortvarendheid had gehandeld gezien de complexiteit van de zaak en de onderhandelingen over de vaststellingsovereenkomst. De beroepen tegen het niet tijdig doen van uitspraak en tegen de aanslagen over 2002 en 2003 werden gegrond verklaard, de overige beroepen ongegrond. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen over 1996 en 1997 zijn tijdig opgelegd met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn; beroepen tegen aanslagen over 2002 en 2003 zijn gegrond, overige beroepen ongegrond.