ECLI:NL:RBSGR:2010:BP0329
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten en bekering tot christendom niet bewezen
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, diende een tweede asielaanvraag in met het argument dat hij zich in Nederland tot het christendom had bekeerd, wat hem recht zou geven op een verblijfsvergunning. De rechtbank stelde vast dat verzoeker ten tijde van het bestreden besluit niet daadwerkelijk was bekeerd, mede op basis van een brief van een dominee waarin werd aangegeven dat het doopgesprek niet heeft plaatsgevonden vanwege vreemdelingenbewaring.
Daarnaast bracht verzoeker nieuwe feiten aan zoals het gevaar vanwege zijn oom die een vertrouwenspersoon van Saddam Hussein was, de moord op zijn broer en bedreigingen aan zijn familie. De rechtbank oordeelde dat deze feiten eerder hadden kunnen en moeten worden aangevoerd in de eerdere asielprocedure en daarom niet als nieuw konden worden beschouwd.
De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie dat alleen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. De stukken over de verslechterde veiligheidssituatie in Irak waren onvoldoende om het eerdere besluit te wijzigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat nader onderzoek niet zou bijdragen aan de beoordeling. Tevens werd een procedurele klacht over de bekendmaking van het besluit niet inhoudelijk behandeld omdat deze te laat werd ingebracht.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open voor het verzoek om voorlopige voorziening; tegen het bodemvonnis kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.