ECLI:NL:RBSGR:2010:BP5605
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.H. Rijken-Lie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering ongeloofwaardigheid asielrelaas
Eiser, een Iraakse asielzoeker, kreeg in 2005 een verblijfsvergunning op grond van categoriebescherming. In 2009 werd deze vergunning ingetrokken omdat het beschermingsbeleid voor Centraal-Irak was beëindigd en verweerder het asielrelaas van eiser niet geloofwaardig achtte.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het asielrelaas ongeloofwaardig zou zijn. Verweerder baseerde zijn oordeel op drie argumenten: het onlogische karakter van het huwelijk, het niet zoeken van bescherming bij de stam en het vermeende gebrek aan politieoptreden. De rechtbank stelt dat het nemen van een risicovolle beslissing zoals het huwelijk niet per definitie ongeloofwaardig is en dat verweerder onvoldoende onderzoek deed naar de mate van bescherming in Irak.
Verder concludeert de rechtbank dat verweerder ten onrechte nieuwe argumenten in het verweerschrift aanvoerde die niet in het besluit waren opgenomen. Gelet op de gebrekkige motivering vernietigt de rechtbank het besluit en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.