ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1948
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging vreemdelingenbewaring wegens ontbrekende wettelijke grondslag
Eiser is op 4 mei 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na meerdere eerdere ongegronde beroepen tegen de voortzetting van de bewaring, heeft eiser op 27 december 2010 beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring en op 10 januari 2011 tegen de verlenging van de bewaring met twaalf maanden, gebaseerd op artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn.
De rechtbank oordeelt dat de Terugkeerrichtlijn niet tijdig is geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving en dat de nationale wet ontbreekt die de criteria en voorwaarden voor verlenging van bewaring na zes maanden bevat. Artikel 59 Vw Pro 2000 biedt geen wettelijke grondslag voor verlenging na zes maanden. Hierdoor is de verlenging van de bewaring vanaf 25 december 2010 onrechtmatig.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het verlengingsbesluit gegrond, vernietigt dit besluit en beveelt de opheffing van de bewaring per 21 januari 2011. Het beroep tegen het voortduren van de bewaring tot 25 december 2010 wordt ongegrond verklaard, omdat de belangenafweging toen nog gerechtvaardigd was. Tevens kent de rechtbank een schadevergoeding van €2240 toe aan eiser wegens de onrechtmatige bewaring na 25 december 2010 en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de verlenging van de vreemdelingenbewaring gegrond en beveelt opheffing van de bewaring per 21 januari 2011.