ECLI:NL:RBSGR:2011:BP2587
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na vreemdelingenbewaring ondanks terugwerkende verblijfsvergunning
Eiser werd op 19 juni 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen deze maatregel werd beroep ingesteld, maar dit werd op 9 juli 2007 ongegrond verklaard. Eiser stelde geen hoger beroep in, waardoor de beslissing formele rechtskracht kreeg. Later, op 8 oktober 2008, kreeg eiser een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht vanaf 15 juni 2007.
Eiser verzocht om schadevergoeding wegens onrechtmatige inbewaringstelling, stellende dat de bewaring achteraf onrechtmatig was. Verweerder wees dit verzoek af omdat de maatregel rechtmatig was verklaard en formele rechtskracht genoot. De rechtbank bevestigde dit standpunt en overwoog dat geen uitzonderlijke omstandigheden bestonden om van de formele rechtskracht af te wijken.
De rechtbank oordeelde verder dat eiser geen hoorplichtschending kon aanvoeren en dat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat hoger beroep openstaat bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor zover het gaat om de beslissing tot inbewaringstelling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wordt ongegrond verklaard vanwege formele rechtskracht en rechtmatigheid van de inbewaringstelling.