ECLI:NL:RVS:2000:AA5107
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep inzake schadevergoeding vreemdelingenbewaring
Appellant heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade wegens vermeende onrechtmatige vreemdelingenbewaring, dat door de Staatssecretaris van Justitie is afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank te 's-Gravenhage, die het beroep gegrond verklaarde en de beslissing op bezwaar vernietigde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat op grond van artikel 33e van de Vreemdelingenwet artikel 37 van Pro de Wet op de Raad van State niet van toepassing is op uitspraken van de rechtbank in vreemdelingenzaken. Hierdoor is de Afdeling niet bevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep.
De Afdeling benadrukte dat het niet openstaan van hoger beroep tegen uitspraken over vreemdelingenbewaring ook betekent dat hoger beroep tegen uitspraken over schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring niet mogelijk is. Dit voorkomt verschillende rechtsgangen voor nauw samenhangende beslissingen van hetzelfde bestuursorgaan. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot een andere beoordeling leidden.
Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep.