Uitspraak
200800596/1), kan slechts in uitzonderlijke gevallen reden bestaan om van dit uitgangspunt af te wijken, namelijk indien door toedoen van het bestuursorgaan niet aan betrokkene kan worden toegerekend dat hij de procedure bij de administratieve rechter ongebruikt heeft gelaten of niet heeft voltooid of het bestuursorgaan de onrechtmatigheid van het besluit uitdrukkelijk en tijdig heeft erkend. Van een dergelijke erkenning is in deze zaak niet gebleken, nu het CBR in verweer bij de rechtbank heeft verklaard dat de kosten van de EMA zijn terugbetaald uit oogpunt van zorgvuldigheid en niet omdat het besluit van 23 augustus 2006 op onjuiste gronden zou zijn genomen. Evenmin is gebleken van een situatie dat door toedoen van het CBR aan [appellant] niet kan worden toegerekend dat hij geen rechtsmiddelen heeft ingesteld tegen dat besluit. Dat [appellant] vanwege inburgeringsproblematiek geen bezwaar heeft gemaakt tegen dat besluit dient, wat hier ook van zij, voor zijn rekening en risico te komen.