ECLI:NL:RBSGR:2011:BP6865
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering immateriële schadevergoeding wegens onrechtmatige plaatsing in Extra Beveiligde Inrichting
De zaak betreft een gedetineerde die gedurende ruim vijf maanden ten onrechte in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) te Vught is geplaatst. Deze plaatsing werd door de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) vernietigd, waarna de gedetineerde een schadevergoeding vordert van de Staat wegens de immateriële schade die hij heeft geleden door het strenge regime in de EBI.
De rechtbank stelt vast dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door de onjuiste plaatsing. De gedetineerde heeft onder het regime van de EBI ernstige inbreuken op zijn integriteit ondervonden, waaronder frequente fouilleringen, bezoek alleen achter glas, geen telefoongebruik gedurende een lange periode en blinddoek bij transporten. Dit regime was aanzienlijk zwaarder dan het reguliere toezicht in de penitentiaire inrichting waar hij later verbleef.
De Staat betoogde dat voor vergoeding van immateriële schade een psychiatrisch erkend ziektebeeld vereist is en dat het regime in de EBI niet wezenlijk verschilde van het reguliere regime, maar de rechtbank verwerpt deze verweren. De rechtbank wijst de vordering toe tot een bedrag van €1.500,-, rekening houdend met de reeds toegekende tegemoetkomingen door de RSJ. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot betaling van proceskosten en nakosten. Het vonnis is gewezen door mr. H.M. Boone en op 23 februari 2011 uitgesproken.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €1.500,- immateriële schadevergoeding wegens onrechtmatige plaatsing in de EBI.