ECLI:NL:RBSGR:2011:BP6938
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Poppe-Gielesen
- A. van ’t Laar
- A. Pahladsingh
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verblijfsvergunning voor Banyamulenge uit DRC
Eiser, behorend tot de Banyamulenge, een Tutsi-bevolkingsgroep uit de Democratische Republiek Congo (DRC), verzocht om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Het oorspronkelijke besluit verleende hem een vergunning op grond van categoriaal beschermingsbeleid, dat in 2008 werd beëindigd. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser volgens hem niet voldeed aan de overige gronden van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser geen verblijfsvergunning zou moeten krijgen, vooral omdat verweerder de in januari 2005 door eiser gestelde gebeurtenis, die door verweerder werd geloofd, niet had betrokken bij de beoordeling van de individuele indicaties voor bescherming. De rechtbank stelde vast dat de Banyamulenge als kwetsbare minderheidsgroep wordt erkend, maar dat dit niet automatisch betekent dat zij systematisch worden blootgesteld aan onmenselijke behandeling.
De rechtbank verwierp de stelling van verweerder dat de vrees van eiser onvoldoende realiteitsgehalte had, mede omdat verweerder geen verband aannam tussen eerdere detentie in 1998 en de latere bedreigingen. Ook concludeerde de rechtbank dat het beleid van verweerder niet adequaat was toegepast, waardoor het bestreden besluit niet stand kon houden. Het beroep werd daarom gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.