ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0217
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring vreemdeling op grond van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag en artikel 67 Vreemdelingenwet
Eiser is ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege gedragingen die onder artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag vallen. Eiser betwist de toepassing van artikel 1(F) en voert aan dat er geen negatieve strafrechtelijke belangstelling bestaat en dat het besluit in strijd is met artikel 3 en Pro 8 EVRM.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht artikel 1(F) op eiser heeft toegepast en dat hiervoor geen negatieve strafrechtelijke belangstelling vereist is. De beleidsregels en jurisprudentie ondersteunen deze uitleg. Ook is de bevoegdheid tot ongewenstverklaring in het belang van de internationale betrekkingen terecht toegepast, mede gezien de gedragingen buiten de rechtsmacht van Nederland.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet aan zijn vertrekplicht kan voldoen, ondanks pogingen om toegelaten te worden tot de Russische Federatie. Het beroep op artikel 3 EVRM Pro faalt omdat er geen duurzame belemmering is voor uitzetting. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen omdat de ongewenstverklaring geen ongerechtvaardigde inbreuk op het privéleven oplevert.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat er geen proceskostenveroordeling plaatsvindt.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.