ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ1527
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid inbewaringstelling vreemdeling op basis van verouderde informatie
Eiser, een Ghanese vreemdeling, werd op 29 maart 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De staandehouding was gebaseerd op informatie uit 2009, wat eiser aanvoerde als onvoldoende actueel om een redelijk vermoeden van illegaal verblijf te rechtvaardigen. De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak informatie niet ouder dan tien maanden mag zijn om actueel te zijn, maar dat de onrechtmatigheid van de staandehouding pas leidt tot onrechtmatigheid van de inbewaringstelling indien de belangen van bewaring niet in redelijke verhouding staan tot het gebrek.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen aantoonbare inspanningen had verricht om zijn vertrek te bespoedigen en dat er een geldig laissez passer was afgegeven door de Ghanese autoriteiten. Hoewel eiser recentelijk meer dan zes maanden in bewaring had gezeten, woog dit niet zwaarder dan de belangen van de inbewaringstelling. De rechtbank verwierp ook de gronden die verweerder niet concreet had toegelicht als basis voor de bewaring.
Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat de maatregel van bewaring niet in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en dat de belangenafweging rechtvaardigde dat de inbewaringstelling gehandhaafd bleef. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.