ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3830
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over weigering verblijfsvergunning wegens twijfel identiteit en geboortedatum
Eiser, een Somalische minderjarige, kreeg op basis van DNA-onderzoek een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) toegekend om bij zijn moeder in Nederland te verblijven. Na aankomst wijzigde de moeder de geboortedatum van eiser, wat leidde tot twijfel bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) over zijn identiteit en de authenticiteit van zijn gegevens. Verweerder weigerde daarop de verblijfsvergunning asiel voor gezinshereniging.
De rechtbank overweegt dat de wijziging van de geboortedatum niet kan worden aangemerkt als het verstrekken van onjuiste gegevens die tot de verlening van de mvv hebben geleid. Tevens rust de bewijslast van het vermoeden van identiteitsfraude op verweerder, die deze niet voldoende heeft onderbouwd. De rechtbank wijst erop dat eiser en zijn moeder bereid zijn tot nieuw DNA-onderzoek en dat verweerder beschikt over vingerafdrukken die vergeleken kunnen worden.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder ten onrechte heeft afgegaan op verklaringen van eiser over zijn herkomst zonder rekening te houden met zijn jonge leeftijd en het ontbreken van een wettelijk vertegenwoordiger tijdens het gehoor. Het besluit is daarom in strijd met de Awb wegens onvoldoende motivering en gebrek aan kennisvergaring. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.