ECLI:NL:RVS:2012:BX6808
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onjuiste geboortedatum leidt tot afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister wees een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af vanwege het verstrekken van onjuiste gegevens, met name een onjuiste geboortedatum. De rechtbank had dit oordeel vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.
De Raad van State stelt vast dat de vreemdeling en zijn moeder tegenstrijdige verklaringen hebben gegeven over de geboortedatum, waarbij de moeder tijdens een eerste gehoor verklaarde dat de vreemdeling geboren is uit haar eerste huwelijk in 1997, terwijl later een andere geboortedatum werd opgegeven. Dit leidt tot het oordeel dat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt.
Omdat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt die hebben geleid tot de verlening van de machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), mocht hij er niet op vertrouwen dat hem de verblijfsvergunning zou worden verleend. De Raad van State vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
De Raad van State benadrukt dat de minister terecht het beoordelingskader van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 heeft toegepast en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij feitelijk tot het gezin van de moeder behoorde in het land van herkomst. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond wegens het verstrekken van onjuiste geboortedatum.