ECLI:NL:RVS:2007:BA5551
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Appellant had op 1 juni 2006 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 12 juli 2006 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het hier ging om een herhaalde aanvraag, terwijl het eerdere besluit uit 2003 een intrekking betrof van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en het huidige besluit een aanvraag betrof voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Hierdoor had de rechtbank de aanvraag niet inhoudelijk mogen afwijzen zonder toetsing.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De zaak werd terugverwezen voor een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 12 juli 2006 wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke beoordeling.