ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4885
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onduidelijke belangenafweging en motiveringsgebrek
Eiser, met Afghaanse nationaliteit, werd ongewenst verklaard vanwege werkzaamheden voor Afghaanse veiligheidsdiensten (KhAD en WAD) op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank bevestigt dat het besluit waarbij artikel 1F werd toegepast in rechte onaantastbaar is geworden, waardoor de Definitierichtlijn niet van toepassing is.
De rechtbank constateert dat verweerder bij de belangenafweging het verkeerde beleidskader toepaste, waardoor de besluitvorming niet eenduidig is gemotiveerd. Hoewel eiser langdurig in Nederland verbleef en medische klachten heeft, oordeelt de rechtbank dat deze omstandigheden niet uitzonderlijk genoeg zijn om af te zien van ongewenstverklaring.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek, maar behoudt de rechtsgevolgen van het besluit. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.