ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7995
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- L.C. Michon
- P. Bruins-Langedijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens strijd met Terugkeerrichtlijn inzake vertrektermijn
Eiser, een vreemdeling van Sudanese nationaliteit, kreeg bij besluit van 14 december 2010 opgelegd Nederland onmiddellijk te verlaten. Tegen dit besluit stelde hij bezwaar dat door verweerder ongegrond werd verklaard. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank met het standpunt dat het besluit in strijd was met de Terugkeerrichtlijn, omdat hem geen vertrektermijn van minimaal zeven dagen was gegeven.
De rechtbank oordeelde dat artikel 62 lid 3 Vreemdelingenwet Pro 2000 geen objectieve criteria bevat die een verkorting van de vertrektermijn rechtvaardigen, zoals vereist door artikel 7 lid 4 van Pro de Terugkeerrichtlijn. Verweerder had niet gemotiveerd waarom minder ingrijpende middelen niet toepasbaar waren en waarom de minimale termijn van zeven dagen niet werd gehanteerd.
De rechtbank stelde vast dat de Terugkeerrichtlijn directe werking heeft en dat het terugkeerbesluit niet in overeenstemming is met deze richtlijn. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen voor zover het de vertrektermijn betreft. De rechtbank bepaalde dat eiser alsnog een termijn van minimaal zeven dagen voor vrijwillige terugkeer moet krijgen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting uit te stellen werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is bindend en kan worden aangevochten door hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit is vernietigd en eiser krijgt alsnog een vertrektermijn van minimaal zeven dagen toegekend.