ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0684
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige grenscontrole in strijd met Schengengrenscode en toekenning schadevergoeding
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 4 juli 2011 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende de rechtmatigheid van een controle en daaropvolgende bewaring van eiser op grond van artikel 4.17a van het Vb 2000. De controle vond plaats nabij de Duits-Nederlandse grens en betrof een staandehouding ter vaststelling van identiteit en verblijfsrechtelijke positie.
De rechtbank heeft onderzocht of de controle voldeed aan de eisen van artikel 4.17a Vb 2000 en of deze controle niet hetzelfde effect had als een grenscontrole, hetgeen verboden is volgens artikel 21 van Pro de Schengengrenscode. Ondanks dat de controle formeel aan de voorwaarden van artikel 4.17a voldeed, concludeerde de rechtbank dat deze geen rekening hield met het gedrag van betrokkene en specifieke omstandigheden die het risico op aantasting van de openbare orde bepalen.
De rechtbank achtte de controle derhalve onrechtmatig omdat deze hetzelfde effect had als een grenscontrole. Dit leidde tot de conclusie dat de daarop gebaseerde bewaring onrechtmatig was. Tevens werd eiser een schadevergoeding toegekend voor de periode van 29 dagen van vrijheidsbeneming, conform richtlijnen voor immateriële schadevergoeding bij inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter E.H.M. Druijf en griffier S.A.J. Monnens en is openbaar uitgesproken op 4 juli 2011.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de controle hetzelfde effect heeft als een grenscontrole, verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent schadevergoeding toe.