ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0695
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum verblijfsvergunning en toepassing meestbegunstigingsclausule in Nederlands-Japans handelsverdrag
Eiser, van Japanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend tot wijziging van zijn verblijfsvergunning van studie naar arbeid als zelfstandige. Verweerder wees dit aanvankelijk af, maar verklaarde het bezwaar later gegrond en verleende een verblijfsvergunning met ingang van 8 januari 2009.
Eiser stelde dat de ingangsdatum van de vergunning moet zijn de datum van aanvraag, 30 augustus 2006, en beriep zich daarbij op de meestbegunstigingsclausule van het Nederlands-Japans Verdrag. Hij stelde dat hij op dezelfde voet behandeld moet worden als Zwitsers op grond van het Nederlands-Zwitsers Traktaat.
De rechtbank onderzocht de verdragen en concludeerde dat het doel en de strekking van het Nederlands-Japans Verdrag en het Nederlands-Zwitsers Traktaat voldoende overeenkomen om toepassing van de meestbegunstigingsclausule toe te staan. Verweerder had ten onrechte alleen het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag toegepast. Tevens had verweerder niet beoordeeld of eiser beschikte over voldoende middelen van bestaan op het moment van aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit voor zover het de ingangsdatum betreft, en beval verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit voor zover het de ingangsdatum van de verblijfsvergunning betreft, met opdracht aan verweerder een nieuw besluit te nemen.