ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2871
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring bij weigering identiteitspapier
Eiser werd op 6 juli 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld omdat hij weigerde zijn identiteit vast te stellen en niet beschikte over een identiteitspapier zoals bedoeld in artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit. Eiser voerde aan dat de ophouding onrechtmatig was, zijn recht op rechtsbijstand was geschonden, en dat de bewaring voor een ander doel dan toegestaan werd gebruikt. Tevens stelde hij dat het terugkeerbesluit niet tijdig was uitgereikt en dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een identiteitspapier aan eiser kan worden toegerekend en dat het weigeren van medewerking aan identiteitsvaststelling de gevolgen, waaronder bewaring, voor zijn rekening en risico brengt. Hoewel het nader onderzoek tijdens ophouding beperkt was, was de ophouding niet onrechtmatig in verhouding tot de belangen. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de bewaring voor een ander doel werd gebruikt en dat de procedurele vereisten omtrent uitreiking van besluiten waren nageleefd.
De rechtbank toetste de maatregel aan de Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG en het EVRM en concludeerde dat de maatregel niet in strijd was met deze normen. Gezien het ontbreken van een minder dwingend alternatief en het ontbreken van voldoende medewerking door eiser, was de bewaring gerechtvaardigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.