ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2873
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring bij weigering identiteitspapier
Eiser is op 6 juli 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van een identiteitspapier en het weigeren medewerking te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit. Hij voerde aan dat de ophouding onrechtmatig was, zijn recht op rechtsbijstand was geschonden, en dat de bewaring voor een ander doel werd gebruikt dan toegestaan. Tevens stelde hij dat het terugkeerbesluit niet tijdig was uitgereikt en dat de maatregel niet in overeenstemming was met het EVRM en de Terugkeerrichtlijn.
De rechtbank oordeelde dat de ophouding onrechtmatig was omdat er onvoldoende nader onderzoek was verricht binnen de beschikbare tijd. Desondanks was de daaropvolgende bewaring niet onrechtmatig, omdat eiser bewust medewerking aan de vaststelling van zijn identiteit weigerde, waardoor de gevolgen daarvan voor zijn rekening kwamen. De rechtbank verwierp de klachten over recht op rechtsbijstand en tijdige uitreiking van de maatregel en het terugkeerbesluit.
Verder overwoog de rechtbank dat het enkel ontbreken van een identiteitspapier voldoende is om aan te nemen dat eiser de terugkeerprocedure ontwijkt of belemmert. Ook was er geen grond om te oordelen dat de bewaring voor een ander doel werd gebruikt. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en het EVRM. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.