ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3903
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van ’t Laar
- E.A. Poppe-Gielesen
- A. Pahladsingh
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring vreemdeling wegens gevaar voor nationale veiligheid
Eiser, een Turkse vreemdeling, werd op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 ongewenst verklaard vanwege een gevaar voor de nationale veiligheid, gebaseerd op ambtsberichten van de AIVD waarin hij wordt gezien als sympathisant van de internationale gewelddadige jihad.
Eiser betwistte de juistheid van deze ambtsberichten en voerde onder meer schending van artikel 13 EVRM Pro aan wegens onvoldoende mogelijkheid tot verweer. De rechtbank heeft de onderliggende stukken van de ambtsberichten ingezien en geoordeeld dat deze op objectieve, onpartijdige en inzichtelijke wijze de conclusies ondersteunen.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen concrete aanknopingspunten heeft aangevoerd die twijfel aan de juistheid van de ambtsberichten rechtvaardigen. Ook is geen schending van het recht op een eerlijk proces vastgesteld, aangezien de rechtbank volledige toegang had tot het bewijsmateriaal.
Verder weegt het belang van de nationale veiligheid en internationale betrekkingen zwaarder dan het familieleven van eiser in Nederland. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wegens gevaar voor nationale veiligheid wordt ongegrond verklaard.