ECLI:NL:RVS:2011:BQ9503
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt weigering verblijfsvergunning ondanks gezinsleven vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag tot een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister werd geweigerd. De rechtbank had dit besluit vernietigd en de vergunning toegekend, maar de minister ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een zelfstandige belangenafweging had gemaakt, terwijl zij slechts de redelijkheid van de ministeriële belangenafweging had mogen toetsen. De minister had alle relevante feiten en omstandigheden betrokken, waaronder het ontbreken van rechtmatig verblijf van de vreemdeling, het contact met de biologische moeder in Angola, en de aanwezigheid van opvangmogelijkheden.
Daarnaast werd de toepassing van de hardheidsclausule als discretionair en beperkt van aard beoordeeld. De Raad concludeerde dat de minister in redelijkheid kon besluiten de hardheidsclausule niet toe te passen. Het beroep van de vreemdeling op het Verdrag inzake de rechten van het kind en op eerdere jurisprudentie van het EHRM werd verworpen.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Hiermee blijft het besluit van de minister om de verblijfsvergunning te weigeren in stand.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waardoor de weigering van de verblijfsvergunning gehandhaafd blijft.