ECLI:NL:RBSGR:2011:BT7250
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid vooruitzicht verwijdering Chinese vreemdeling en voortzetting bewaring
De vreemdeling, met de Chinese nationaliteit, was in bewaring gesteld wegens het ernstige vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. De maatregel was gebaseerd op het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs, eerdere illegale verblijven, het niet naleven van vertrektermijnen, het ontbreken van een vaste verblijfplaats, gebruik van aliassen en onvoldoende middelen van bestaan.
De gemachtigde van de vreemdeling voerde aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat omdat de Chinese autoriteiten geen laissez-passer (LP) verstrekken en de diplomatieke contacten onvoldoende zijn. Verweerder stelde daartegenover dat er nog steeds redelijk uitzicht is op verwijdering, onder meer omdat recent twee vreemdelingen in persoon bij de Chinese autoriteiten zijn gepresenteerd, wat een doorbraak vormt in de samenwerking.
De rechtbank bevestigde dat de recente presentaties bij de Chinese autoriteiten een indicatie zijn van bereidheid tot medewerking en dat van de vreemdeling mag worden verlangd dat hij actief meewerkt aan zijn uitzetting, waaronder contact met de Chinese autoriteiten. De voortzetting van de bewaring werd als gerechtvaardigd beoordeeld en het beroep werd ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.