ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8704
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W.P. Letschert
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van voortzetting vreemdelingenbewaring en zicht op verwijdering naar China
Eiseres, van Chinese nationaliteit, is sinds februari 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze vrijheidsontneming. Zij stelt dat er geen zicht is op uitzetting omdat de Chinese autoriteiten sinds juni 2010 geen laissez-passers meer verstrekken. Verweerder heeft echter aanvullende informatie overgelegd waaruit blijkt dat in september 2011 twee ongedocumenteerde Chinezen vrijwillig en persoonlijk zijn gepresenteerd bij de Chinese ambassade, wat duidt op een gewijzigde houding van de Chinese autoriteiten.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die het zicht op verwijdering bevestigen. De rechtbank acht het aannemelijk dat eiseres zich ook persoonlijk bij de ambassade moet melden om medewerking te verlenen. Verder is vastgesteld dat verweerder voldoende voortvarend handelt door regelmatig contact met de Chinese autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken met eiseres.
Hoewel de duur van de bewaring ruim zeven maanden bedraagt, acht de rechtbank dit gerechtvaardigd omdat eiseres het onderzoek naar haar identiteit en nationaliteit frustreert door geen medewerking te verlenen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.