ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4116
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Groot
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vertrektermijn en openbaar-ordebegrip bij terugkeerbesluit vreemdeling
Eiser, een onderdaan van een derde land, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden en kreeg van de minister een terugkeerbesluit opgelegd met onmiddellijke vertrektermijn. Eiser betwistte dat hem geen vertrektermijn is toegekend en voerde aan dat het communautaire openbare-ordebegrip moet gelden.
De rechtbank overwoog dat het nationale openbare-ordebegrip in artikel 62, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 als voldoende rechtsgrond dient en dat dit begrip in lijn moet worden uitgelegd met artikel 7, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank stelde vast dat de strengheid van het openbare-ordecriterium afhangt van de positie van de betrokkene binnen de EU en dat eiser als illegaal verblijvende derde lander een lagere mate van bescherming geniet.
Hoewel eiser succesvol was in het betwisten van de grondslag van artikel 62, derde lid, bleef het besluit overeind op basis van artikel 62, vierde lid. De rechtbank benadrukte dat het verkorten van de vertrektermijn tot nul dagen een individuele en gemotiveerde beslissing moet zijn, wat hier het geval was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.