ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9250
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit wegens verkorte vertrektermijn in belang openbare orde
Verzoeker ontving op 6 december 2011 een terugkeerbesluit waarin hem werd opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om het terugkeerbesluit te schorsen totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het terugkeerbesluit geen feitelijke gronden bevatte zoals vereist in de Terugkeerrichtlijn, maar dat verweerder ter zitting had toegelicht dat de vertrektermijn was verkort tot nul dagen in het belang van de openbare orde, omdat verzoeker verdacht werd van een overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente ’s-Gravenhage. Hierdoor kon het motiveringsgebrek in bezwaar worden hersteld.
Hoewel verzoeker niet voorafgaand aan het besluit zijn zienswijze kon geven over de verkorting van de vertrektermijn, kon hij dit alsnog via bezwaar doen, waardoor het gebrek niet tot toewijzing van de voorziening leidde. De enkele verdenking van een strafbaar feit op grond van de APV rechtvaardigt volgens de voorzieningenrechter het verkorten van de vertrektermijn in het belang van de openbare orde. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit met verkorte vertrektermijn wordt afgewezen.