ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5863
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende beoordeling bekering tot christendom
Eiser, afkomstig uit Noord-Irak, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende vervolgingsvrees. De rechtbank oordeelt dat eiser zijn doop en bekering voldoende heeft aangetoond met een originele doopakte en getuigenverklaringen, waardoor dit als nieuw feit kan worden aangemerkt. Hoewel verweerder twijfelde aan de authenticiteit van de bekering vanwege onvoldoende kennis van het geloof door eiser tijdens het gehoor, acht de rechtbank dit geen afdoende reden om de bekering niet te erkennen.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat het niet volledig kunnen beantwoorden van feitelijke vragen over het geloof niet uitsluit dat sprake is van een authentieke geloofsbeleving. Verweerder heeft het nieuwe feit niet adequaat beoordeeld ten aanzien van de vervolgingsrisico's op grond van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank constateert dat het bestreden besluit daardoor niet deugdelijk is gemotiveerd en vernietigt dit besluit.
Verweerder wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 1.092,50 aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter S.M. Schothorst op 22 november 2011.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de bekering en vervolgingsrisico's.