ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9098
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling wegens betrokkenheid bij ernstige misdrijven in Afghanistan
Eiser, een Afghaanse staatsburger en voormalig gouverneur en partijsecretaris in de provincie Laghman, is door verweerder ongewenst verklaard op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag vanwege ernstige redenen te veronderstellen betrokken te zijn bij misdrijven als marteling en buitengerechtelijke executies. De rechtbank bevestigt dat eiser als leidinggevende verantwoordelijk was en op de hoogte moest zijn van deze misdrijven, en dat hij geen significante uitzondering heeft gesteld.
Eiser voerde aan dat het onthouden van een verblijfsvergunning disproportioneel is vanwege langdurige scheiding van zijn gezin, medische klachten en emotionele banden met zijn studerende dochter. De rechtbank oordeelt echter dat deze belangen onvoldoende uitzonderlijk zijn om af te wijken van het uitgangspunt dat personen die onder artikel 1(F) vallen geen verblijfsvergunning krijgen.
Verder is vastgesteld dat artikel 3 EVRM Pro zich duurzaam verzet tegen uitzetting naar Afghanistan, maar dat geen derde land beschikbaar is. De rechtbank stelt dat de belangenafweging door verweerder zorgvuldig en proportioneel is gemaakt, waarbij het algemeen belang bij handhaving van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van eiser.
Ten slotte wordt het beroep ongegrond verklaard en worden geen kosten aan verweerder toegewezen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 4 oktober 2011.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het onthouden van een verblijfsvergunning is niet disproportioneel.