ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9503
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring en verwijdering Iraakse vreemdeling naar Irak
Eiser, een Iraakse vreemdeling, is op 17 oktober 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze vrijheidsontneming en tevens om schadevergoeding verzocht.
De rechtbank stelt vast dat ondanks een eerder toegangsakkoord de overdracht op 6 december 2011 niet heeft plaatsgevonden. Verweerder heeft een nieuwe laissez-passer aangevraagd bij de Iraakse autoriteiten en een gesprek gevoerd met de Iraakse ambassade. De ambassadeur gaf aan dat de Iraakse immigratieautoriteiten het uitzetten van Irakezen met gebruik van een EU-staat tijdelijk hebben stopgezet, maar verweerder zet zich in om dit beleid te laten herzien.
De rechtbank oordeelt dat er geen zicht ontbreekt op verwijdering en dat verweerder voldoende voortvarend handelt. Eiser heeft de verplichting Nederland te verlaten niet nageleefd, en de bewaring is bedoeld om verwijdering mogelijk te maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.