ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0028
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- R.C.H.M. Lips
- E.J.W. Heithuis
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting afgewezen wegens ontbreken nieuw feit en geen kwade trouw
Eiser, die in 2003 naar Mexico emigreerde en 100% aandeelhouder was van [E] B.V., had geen aangifte inkomstenbelasting gedaan. Verweerder legde een conserverende aanslag en later een navorderingsaanslag op. De navorderingsaanslag betrof met name het inkomen uit aanmerkelijk belang. Verweerder stelde dat de gemachtigde van eiser te kwader trouw had gehandeld door relevante informatie niet tijdig te verstrekken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde, aangezien sprake was van ambtelijk verzuim bij het niet raadplegen van het dossier van [E] B.V. bij de conserverende aanslag. Daarnaast was de gemachtigde van eiser niet te kwader trouw, omdat de relevante informatie over de waarde van de aandelen reeds in de vennootschapsbelastingaangifte was opgenomen en tijdig was ingediend.
De rechtbank vernietigde daarom de navorderingsaanslag en verklaarde het beroep gegrond. De beschikking revisierente werd gehandhaafd omdat deze terecht was opgelegd. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 16 november 2011. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd wegens ontbreken van een nieuw feit en geen kwade trouw van de gemachtigde.