ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0506
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.H.M. Lips
- G.J. van Leijenhorst
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag loonbelasting na omkering bewijslast in glazenwasserijzaak
Eiser, werkzaam als zelfstandige in de glazenwasserij, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd na een FIOD/ECD-onderzoek. De rechtbank stelde vast dat eiser niet voldeed aan zijn administratie- en bewaarplichten, waardoor omkering en verzwaring van de bewijslast plaatsvond. Verweerder had een naheffingsaanslag vastgesteld op basis van een theoretische omzet- en loonschatting.
Eiser voerde aan dat hij en zijn echtgenote zelf ramen wasten en dat de schattingen van verweerder onjuist waren. De rechtbank oordeelde echter dat eiser deze stellingen onvoldoende aannemelijk had gemaakt en dat de door verweerder gehanteerde uitgangspunten deels onredelijk waren, met name het aantal werkweken en het dagloon. De rechtbank paste daarom een redelijke schatting toe met 46 werkweken per jaar en een dagloon van €52,50.
Op grond hiervan werd de naheffingsaanslag verminderd tot €147.094 en de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig aangepast. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting over 2001-2005 wordt verminderd tot €147.094 en de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig aangepast.