ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2941
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor onbetaalde naheffingsaanslagen omzet- en loonbelasting na faillissement BV
Eiser en zijn broer waren bestuurders van BV [B], dat op 8 september 2009 failliet werd verklaard. Aan BV [B] werden naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonbelasting opgelegd, deels onbetaald gebleven, waarvoor eiser aansprakelijk werd gesteld. De rechtbank oordeelt dat verweerder tijdig op de hoogte was van de betalingsonmacht, maar dat door strafrechtelijk onderzoek en opgelegde vergrijpboetes is aangetoond dat de naheffingsaanslagen het gevolg zijn van opzet en grove schuld van BV [B]. Hierdoor kon de melding van betalingsonmacht niet met vrucht worden gedaan.
Eiser voerde aan dat de naheffingsaanslag omzetbelasting te hoog was vanwege een nog te ontvangen teruggaaf en dat rekening gehouden moest worden met opbrengsten uit de verkoop van een bedrijfspand en inventaris. De rechtbank verwierp deze stellingen omdat onvoldoende bewijs werd geleverd en het faillissement nog niet was afgewikkeld, waardoor de opbrengst van de inventaris nog niet kon worden verrekend.
De rechtbank concludeert dat eiser terecht aansprakelijk is gesteld voor de openstaande bedragen en verklaart de beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: De beroepen van eiser tegen de aansprakelijkstelling voor onbetaalde naheffingsaanslagen worden ongegrond verklaard.