ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8400
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.D. Veenendaal
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Nederlandse rechter bij vordering tot teruggeleiding minderjarigen op grond van HKOV
In deze kortgedingprocedure vordert de man de teruggeleiding van zijn minderjarige kinderen vanuit Spanje naar Nederland, alsmede de naleving van een vaststellingsovereenkomst en het toestaan van telefonisch contact. De procedure vloeit voort uit een complexe internationale familierechtelijke strijd tussen de man (Belgische nationaliteit) en de vrouw (Spaanse nationaliteit), waarbij de kinderen sinds 2010 in Spanje verblijven.
De voorzieningenrechter onderzoekt ambtshalve zijn bevoegdheid en concludeert dat de vorderingen tot teruggeleiding feitelijk gebaseerd zijn op het Haagse Kinderontvoeringsverdrag (HKOV), waarbij Nederland en Spanje partij zijn. Op grond van jurisprudentie van deze rechtbank en de Hoge Raad geldt dat alleen de rechter van de staat waar het kind zich bevindt bevoegd is om over dergelijke vorderingen te beslissen. Aangezien de kinderen in Spanje verblijven, is de Spaanse rechter exclusief bevoegd.
De voorzieningenrechter verklaart zich daarom onbevoegd ten aanzien van de teruggeleidingsvorderingen. Wel wordt de man toegestaan om op woensdag, zaterdag en zondag telefonisch contact van minimaal 15 minuten met de kinderen te hebben. De overige vorderingen worden afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd tot teruggeleiding van de minderjarigen en wijst telefonische contactvorderingen toe.