ECLI:NL:RBSGR:2009:BL0893
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Keltjens
- M. Kramer
- M. van Loenhoud
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring Nederlandse rechter in internationale kinderontvoeringszaak en aanhouding gezagszaak
De moeder verzoekt de rechtbank om teruggeleiding van haar minderjarige kinderen die zich zonder haar toestemming bij de vader in Duitsland bevinden, en daarnaast om eenhoofdig gezag en opschorting van de omgangsregeling. De vader betwist de teruggeleiding en voert onder meer een vermoeden van seksueel misbruik aan als weigeringsgrond.
De rechtbank oordeelt dat op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag de rechter van de staat waar het kind naartoe is gebracht (Duitsland) bevoegd is om te beslissen over teruggeleiding. De Nederlandse rechter verklaart zich daarom onbevoegd ten aanzien van het verzoek tot teruggeleiding. Wel oordeelt de rechtbank dat zij bevoegd is om te beslissen over gezags- en zorgregelingverzoeken omdat er sprake is van ongeoorloofde achterhouding en de gewone verblijfplaats van de kinderen Nederland is.
Gezien de zorgelijke situatie rondom de kinderen acht de rechtbank nader onderzoek noodzakelijk. De Raad voor de Kinderbescherming wordt verzocht een onderzoek te verrichten zodra de kinderen in Nederland zijn, met rapportage en advies over gezag, zorgregeling en contactverbod. De behandeling wordt aangehouden tot 1 december 2009, met een pro forma zitting en een verzoek aan de moeder om de stand van zaken in Duitsland te melden. De proceskostenbeslissing wordt eveneens aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor teruggeleiding en houdt de gezagszaak aan voor nader onderzoek.