ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1265
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering en afwijzing asielaanvraag
Verzoeker, van Indiase nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning en tegen het opgelegde inreisverbod van twee jaar. De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep tegen het inreisverbod ontvankelijk is omdat het tweede inreisverbod een ander rechtsgevolg heeft dan het eerste.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het inreisverbod van twee jaar is opgelegd, terwijl dit gebaseerd is op minder omstandigheden dan het eerdere inreisverbod van één jaar. Dit leidt tot vernietiging van het bestreden besluit voor zover het het inreisverbod betreft.
Daarnaast wordt de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het ontbreken van identiteitsdocumenten niet aan hem kan worden toegerekend en het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig is door tegenstrijdigheden en vage verklaringen.
De voorzieningenrechter wijst verzoeken om voorlopige voorzieningen af wegens gebrek aan belang en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker. Verweerder krijgt zes weken de tijd om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering; de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.