ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2282
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inbewaringstelling Somalische vreemdeling met zicht op uitzetting
Eiser, een Somalische vreemdeling, werd op 10 februari 2012 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eerder was een eerdere bewaring wegens vormfouten opgeheven omdat er toen geen zicht was op uitzetting naar Noord-Somalië. Verweerder stelde dat sinds eind november 2011 de technische belemmeringen voor uitzetting naar Somalië waren weggenomen, mede door beleidswijzigingen en een missie van de Dienst Terugkeer & Vertrek.
De rechtbank overwoog dat nieuwe feiten en omstandigheden vereist zijn om een nieuwe inbewaringstelling te rechtvaardigen, gezien de korte tijd sinds de eerdere opheffing. Verweerder had voldoende onderbouwd dat er nu wel zicht op verwijdering bestaat, onder meer door het gewijzigde beleid en bevestiging van een Memorandum of Understanding met Somalische autoriteiten.
Eiser betwistte de gronden van de inbewaringstelling niet en voerde geen vertraging of nalatigheid aan. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig is, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.