ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3277
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens bekering en illegale uitreis
Verzoekster, een Iraanse vrouw, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die op 21 februari 2011 werd afgewezen. Na deze afwijzing bekeerde zij zich tot het christendom en diende een herhaalde aanvraag in, waarbij zij ook haar illegale uitreis uit Iran aanvoerde. De rechtbank oordeelt dat deze bekering en de combinatie met de illegale uitreis als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden (nova) in de zin van artikel 4:6 Awb Pro moeten worden beschouwd.
Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom de Iraanse autoriteiten niet op de hoogte zouden kunnen zijn van de bekering, mede gezien het ambtsbericht dat illegale uitreis strafbaar stelt en de autoriteiten extra alert zijn op personen die het land illegaal verlaten. De rechtbank stelt dat verweerder de aanvraag opnieuw moet beoordelen met inachtneming van deze nova.
Daarnaast wordt overwogen dat de bekering tot het christendom en de illegale uitreis verzoekster in een kwetsbare positie plaatsen, waarbij de continuïteit van gedragingen geen absoluut vereiste is voor status als refugié sur place. De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 874,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering omtrent bekering en illegale uitreis.