ECLI:NL:RBSGR:2012:BW6771
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens twijfel aan tijdige terugkeer naar Marokko
Eiser verzocht op 28 juni 2011 om een visum voor kort verblijf bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Rabat. Dit verzoek werd afgewezen wegens twijfel aan zijn terugkeer naar Marokko. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank toetste het besluit aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden. Verweerder stelde dat eiser onvoldoende sociale en economische binding met Marokko had aangetoond, waardoor redelijke twijfel bestond over zijn terugkeer. Eiser voerde aan dat hij wel voldoende binding had en dat hij ten onrechte niet in bezwaar was gehoord.
De rechtbank oordeelde dat het horen in bezwaar niet verplicht was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank vond dat verweerder voldoende had onderbouwd waarom sprake was van twijfel, mede gelet op het ontbreken van objectief bewijs van inkomsten en maatschappelijke verplichtingen. De stellingen van eiser over familie en bankafschriften werden niet voldoende onderbouwd en kwamen te laat.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek tot het visum af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard.