ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7386
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging vreemdelingenbewaring en rechtmatigheid verlengingsbesluit
Eiser is op 18 november 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na meerdere eerdere uitspraken waarin de voortzetting van de bewaring werd bevestigd, is op 10 mei 2012 een verlengingsbesluit genomen met ingang van 17 mei 2012, waarmee de bewaringstermijn met maximaal twaalf maanden werd verlengd. Eiser betwistte de rechtmatigheid van dit verlengingsbesluit, stellende dat de ingangsdatum niet tijdig was en dat de bewaring daarmee onrechtmatig zou zijn.
De rechtbank overweegt dat de termijn van zes maanden bewaring gelijkgesteld moet worden aan 180 dagen, conform de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Vreemdelingencirculaire 2000. De vermeende ambtelijke misslag in de ingangsdatum leidt niet tot een onrechtmatig besluit, omdat het verlengingsbesluit tijdig is genomen en een verlengingsbesluit geen zelfstandige maatregel is, maar de bestaande maatregel verlengt.
Subsidiair stelt eiser dat het causale verband tussen het frustreren van verwijdering en het verlengingsbesluit ontbreekt. De rechtbank constateert dat verweerder redelijke inspanningen heeft verricht om de uitzetting te bewerkstelligen, terwijl eiser onvoldoende medewerking verleent en documenten niet overlegt. Gezien het ontbreken van zwaarwegende belangen aan de zijde van eiser is het verlengingsbesluit gerechtvaardigd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het verlengingsbesluit tot voortzetting van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.