ECLI:NL:RBSGR:2012:BW8714
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen en oplegging inreisverboden aan Somalische verzoekers
Verzoekers, beiden van Somalische nationaliteit, hadden eerdere asielaanvragen ingediend die waren afgewezen wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende bewijs van identiteit en herkomst. Na nieuwe aanvragen in 2012 werden deze opnieuw afgewezen, waarbij verweerder de besluiten als terugkeerbesluiten aanmerkte en inreisverboden oplegde. Verzoekers stelden beroep in en vroegen om voorlopige voorzieningen, maar verschenen niet op de zitting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die een herbeoordeling rechtvaardigen. De eerdere afwijzingen en motiveringen bleven onverminderd van kracht. Medische omstandigheden van verzoekster werden niet als uitzonderlijk en levensbedreigend beoordeeld, zodat geen reden was af te wijken van het uitzettingsbeleid.
De rechtbank bevestigde dat de vertrektermijn terecht op nul dagen was gesteld vanwege risico op ontduiking van toezicht. De inreisverboden zijn rechtsgeldig opgelegd als onderdeel van de terugkeerbesluiten. De beroepen werden ongegrond verklaard en de verzoeken tot voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen afwijzing van asielaanvragen en opgelegde inreisverboden worden ongegrond verklaard en verzoeken tot voorlopige voorziening afgewezen.