ECLI:NL:RVS:2012:BW3971
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens strijd met Terugkeerrichtlijn bij afwijzing asielaanvraag
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen het besluit van 26 januari 2011 waarbij de minister de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft afgewezen en een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van nul dagen heeft opgelegd.
De vreemdeling betoogde dat hem op grond van artikel 7 van Pro de Terugkeerrichtlijn een vertrektermijn van zeven tot dertig dagen had moeten worden gegund. De minister stelde dat een eerdere vertrektermijn bij de eerste afwijzing van een asielaanvraag voldoende was en dat daarom geen nieuwe termijn hoefde te worden vastgesteld bij de opvolgende aanvraag.
De Afdeling oordeelde dat de minister ten onrechte heeft verzuimd een nieuw terugkeerbesluit uit te vaardigen waarin wordt vastgesteld dat het rechtmatig verblijf van de vreemdeling was geëindigd na de afwijzing van de opvolgende aanvraag. Hierdoor was het terugkeerbesluit met vertrektermijn van nul dagen in strijd met artikel 7 van Pro de Terugkeerrichtlijn. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het besluit van 26 januari 2011 vernietigd voor zover het het terugkeerbesluit betreft.
De minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit van 26 januari 2011 wordt vernietigd wegens strijd met artikel 7 van de Terugkeerrichtlijn.