ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9144
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.H.M. Lips
- T. van Rij
- E.J.W. Heithuis
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslag en winstuitdeling bij effectenhandelende BV
Eiser, directeur en middellijk 75%-aandeelhouder van een effectenhandelende BV, maakte in december 2000 € 200.000 over naar een bevriende relatie, die als cliëntenremisier fungeerde. Verweerder legde een navorderingsaanslag IB/PVV op, stellende dat sprake was van een verkapte winstuitdeling. Eiser voerde aan dat het een OTC-transactie betrof en dat de navorderingstermijn was verstreken.
Tijdens het boekenonderzoek en het strafrechtelijk onderzoek kwamen e-mails en verklaringen naar voren waaruit bleek dat privé motieven de aanwending van het bedrag bepaalden. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de overboeking een winstuitdeling was en dat eiser zich niet met succes kon beroepen op verjaring vanwege een ondertekende verklaring.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en verklaarde het ongegrond, waarbij geen proceskosten werden toegewezen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 4 juni 2012 te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard wegens aannemelijke winstuitdeling en geldige afstand van verjaring.