ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1743
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verwijdering persoonsgegevens na phishing-fraude met betaalrekening
Verzoekster stelde dat haar betaalrekening ten onrechte was opgenomen in het incidentenregister van ING vanwege vermeende betrokkenheid bij phishing-fraude. Zij voerde aan dat haar betaalpas was gestolen en dat zij niet betrokken was bij de fraude. ING stelde dat verzoekster als 'money-mule' had gefungeerd en dat er voldoende bewijs was, waaronder IP-loggings die aantonen dat er op haar rekening werd ingelogd op momenten waarop zij verklaarde niet te hebben ingelogd.
De rechtbank oordeelde dat het door verzoekster aangevoerde onvoldoende was om haar betrokkenheid bij de fraude te ontkrachten. De IP-loggings toonden aan dat er op haar rekening was ingelogd op data en tijdstippen die niet overeenkwamen met haar verklaring. Dit maakte het onwaarschijnlijk dat zij niet op de hoogte was van de frauduleuze transacties.
Verder overwoog de rechtbank dat opname in het incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister (EVR) verstrekkende gevolgen kan hebben, maar dat het gerechtvaardigde belang van ING om haar persoonsgegevens op te nemen zwaarder woog dan de nadelige gevolgen voor verzoekster. Verzoekster kon nog steeds bankieren via een convenantenrekening.
De rechtbank wees het verzoek tot verwijdering van de persoonsgegevens af en veroordeelde verzoekster in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot verwijdering van persoonsgegevens uit het incidentenregister wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onschuld.