ECLI:NL:RVS:2009:BK2300
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing asielaanvraag op grond van Dublin-verordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Een minderjarige vreemdeling uit Somalië diende een asielaanvraag in Nederland in, maar Italië is op grond van de Dublin-verordening verantwoordelijk voor de behandeling van deze aanvraag. De staatssecretaris wees de aanvraag af en de voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling stelde dat Italië de internationale verplichtingen niet naleeft, onder meer vanwege slechte opvang en het risico op uitzetting naar Libië.
De Raad van State oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat Italië de vreemdeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro zal verwijderen. Verwijzingen naar rapporten en interim measures van het EHRM boden geen voldoende grond om het asielverzoek zelf te behandelen. Ook de klachten over opvang van minderjarige asielzoekers en toegang tot medische voorzieningen werden niet voldoende onderbouwd.
De vreemdeling moet klachten over schendingen van artikel 3 EVRM Pro bij de Italiaanse autoriteiten en eventueel het EHRM aanvechten. De Raad van State bevestigde het oordeel van de voorzieningenrechter en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.